Sommige mensen zetten dagelijks hun ramen een half uur open om het huis goed te luchten. Dit luchten (of zelfs het slaapkamerraam altijd openhouden) is toch niet genoeg voor een goede luchtkwaliteit! Gelukkig hebben veel huizen tegenwoordig een continu werkend mechanisch ventilatiesysteem. Maar helaas zijn weinig bewoners zich bewust van het belang van ventileren, laat staan dat ze hier actief mee bezig zijn. En dat is zorgelijk omdat een goede luchtkwaliteit in huis belangrijk is. Zeker als je bedenkt dat we meer dan de helft van ons leven thuis doorbrengen. Dus iedere dag van 24 uur brengen we dus meer dan 12 uur door in ons huis.

Om goede luchtkwaliteit in huis te bereiken is bewustwording belangrijk. En een beetje basiskennis van het ventilatiesysteem is noodzakelijk.

 

Waarom ventileren?
Een woning is een grotendeels afgesloten ruimte waarin mensen (en dieren) langdurig verblijven. Omdat door ademhaling en activiteiten in keuken en badkamer vocht (waterdamp) en CO2 (kooldioxide) in de lucht komen, nemen de luchtvochtigheid en CO2 concentratie in de lucht toe.

CO2 en waterdamp zijn onzichtbare en reukloze gassen. Dus je ervaart de hoeveelheid CO2 en waterdamp niet. Waterdamp wordt pas zichtbaar na condensatie op een koud oppervlak. Denk aan de spiegel in de badkamer. Of bij een zeer hoge luchtvochtigheid zie je damp of ‘mist’. Ook vormen mensen en dieren bronnen van geurende (stinkende) gassen, de ‘VOC’. Dit staat voor Vluchtige Organische Componenten’. In de lucht komen ook speekseldruppeltjes waarin bacteriën en virussen (verkoudheid, griep, Corona) leven.

Deze uitstoot van gassen en druppeltjes zorgt ervoor dat de luchtkwaliteit binnen de woning een stuk slechter is dan buiten (ongeacht het weer). De slechte luchtkwaliteit leidt tot klachten zoals concentratieverlies, hoofdpijn, astma en schimmel op de muren.

Om de concentratie van vervuilende stoffen niet te veel te laten oplopen is afvoer van vervuilde lucht noodzakelijk. Vervuilde lucht moet afgevoerd en vervangen door verse buitenlucht. En daar komt gelijk de oplossing: goed ventileren!

 

Laat je ventilatiesysteem voor je werken
In het bouwbesluit staan minimale hoeveelheden (debieten) aan luchtverversing genoemd die afhankelijk zijn van de gebruiksruimten (badkamer, woon en slaapkamer, WC).  Deze informatie is bedoeld voor de architect/bouwer. Maar uiteindelijk bepaalt de bewoner of de ventilatie ook voldoende is. Hoe mooi de systemen en bouwkundige aanpassingen in een huis ook zijn: bij verkeerd gebruik werkt het ventilatieprincipe niet naar behoren.

Dit stuk is dan ook geschreven om bewoners meer bewust te laten worden van het ventilatiesysteem in hun woning. Wat moet je doen om je ventilatiesysteem effectief voor de luchtkwaliteit te laten werken. De diverse ventilatiesystemen worden besproken en manieren om deze systemen aan te passen. Zo verbetert de luchtkwaliteit en reduceer je (mogelijk) de energievraag.

Diverse uitvoeringen van ventilatiesystemen in woningen (vlnr: type A, B, C en D).

Hoe ventileer je een woning?
Woningen van voor 1970 zijn vrij lucht-open gebouwd. Door vele naden en kieren bij ramen, deuren en dak kan de buitenlucht binnendringen en vervuilde lucht worden afgevoerd. Dit treedt op door de winddruk op het huis; zogenaamde natuurlijke ventilatie (type A ventilatie).

Hoe nieuwer de woning, des te beter de isolatie en luchtdichtheid. De natuurlijke ventilatie neemt daardoor af. Een mechanisch ventilatiesysteem is dan noodzakelijk. Veel woningen (jonger dan 1980) hebben daarom een ventilatiebox op zolder draaien.

Voor het laten stromen van lucht is een drukverschil noodzakelijk; lucht stroomt altijd van hoge naar lage druk. Om dit noodzakelijke drukverschil te krijgen is een ventilator nodig. Deze heeft een lagedruk zijde (vóór de rotorbladen) en een hogedruk zijde (achter de bladen). Hiermee is er op 2 manieren te ventileren; door het huis op overdruk of op onderdruk te zetten (t.o.v. de buitenlucht).

Als het huis door de ventilator op overdruk wordt gezet, moet centraal verse lucht worden aangevoerd, omdat via roosters, open ramen en deuren (en eventueel kieren) de binnenlucht zal wegstromen (type B).

Als het huis door de ventilator op onderdruk wordt gezet, wordt centraal de binnenlucht afgevoerd (veelal via een dakdoorvoer). Verse buitenlucht stroomt vanzelf naar binnen via dezelfde roosters, en open ramen en deuren (type C).

Hiernaast is een systeem in opkomst waarin zowel de aan- als afvoer centraal worden uitgevoerd; een zogenaamd balans ventilatiesysteem (type D). Dit heeft als voordeel dat warmteuitwisseling plaats kan vinden tussen beide luchtstromingen. Zo voorkom je veel warmteverlies; warmteterugwinning (WTW). Nadeel is dat in ieder vertrek van de woning aparte kanalen voor af- en aanvoer van lucht nodig zijn. Voor een bestaande woning is zoveel kanalen aanbrengen niet wenselijk. Daarnaast bevat het systeem 2 ventilatoren en 2 (halfjaarlijks te vervangen) luchtfilters waardoor relatief veel stroom nodig is.

Door de sterk toegenomen energieprestatie labels voor nieuwe woningen is het WTW-ventilatiesysteem momenteel populair voor nieuwbouwwoningen.

De meeste woningen in Nederland (ongeveer 3 miljoen woningen met bouwjaar 1980-2020) hebben een type C ventilatiesysteem. Daarom in dit stuk meer aandacht voor type C; een eenvoudig (en daarmee goedkoop) ventilatiesysteem dat weinig onderhoud vergt. Ventilatie type B (huis op overdruk) komt relatief weinig meer voor. Maar centrale aanvoer van buitenlucht heeft toch haar voordelen aangezien deze dan kan worden behandeld (gefilterd van fijnstof en pollen, voorverwarmd of juist -gekoeld) voordat het de woning in geblazen wordt.

 

Werking van ventilatie type C
Zoals gemeld is type C het meest voorkomende ventilatieprincipe in de huizen met mechanische ventilatie in Nederland. De ventilatiebox (staat vaak op zolder) heeft een afvoer door het dak en 1 of meer kanalen waarmee de binnenlucht in de woning naar de ventilatiebox stroomt. Aan het begin van deze kanalen bevinden zich ventielen in muur of plafond. Meestal zijn deze (per ruimte ingestelde!) ventielen alleen te vinden in de natte ruimten; keuken, WC en badkamer.

Verse buitenlucht komt via (regelbare) roosters binnen, deze zitten boven de ramen in woon- en slaapkamers. Om voldoende luchtstroming van de woon- en slaapkamers naar de ventielen te krijgen is een spleet nodig van 1-2 cm hoogte onder de binnendeuren. Zonder deze deurspleten is er niet genoeg luchtverversing in de woning. Zorg ook dat de roosters openstaan en schoon zijn. Alleen dan komt er verse buitenlucht binnen. Meestal heeft de ventilatiebox 3 standen met een regelaar in keuken en/of badkamer. De laagste stand is voor als er niemand thuis is. Zet de regelaar op de middenstand als er bewoners thuis zijn. En gebruik stand 3 als er (veel) bezoek is of als door douchen en/of koken de luchtvochtigheid hoog is.

Type C ventilatiesysteem voldoet aan de bouweisen (van het bouwjaar van de woning). Maar de luchtkwaliteit voldoet alleen aan de eisen als de bewoners juist handelen: gebruik de 3 standen op de ventilatiebox (3 standen), bedien de roosters juist en hou deze schoon.

Helaas maakt de ventilatiebox geen onderscheid tussen de diverse vertrekken; is het bijvoorbeeld vochtig in de badkamer? Als daarom de ventilatie naar stand 3 wordt gezet, wordt het gehele huis intensief geventileerd.

Om het bewoners makkelijker te maken (en hun invloed te beperken) zijn er inmiddels slimmere systemen op de markt. De slimme systemen bepalen zelf de stand van de ventilator met luchtsensoren. Deze sensoren meten in de box de luchtvochtigheid en/of CO2 concentratie en passen – vraag gestuurd – de ventilatie aan. Zo krijg je (automatisch) betere luchtkwaliteit en het energieverbruik neemt af. Je ventileert namelijk alleen wanneer dit nodig is.

Dit scheelt stookkosten in de winter, want het ventilatiesysteem is verantwoordelijk voor een groot deel van de warmtevraag van de woning. Immers de door het verwarmingssysteem opgewarmde buitenlucht wordt door de ventilatiebox afgevoerd en nieuwe koude buitenlucht komt daarvoor in de plaats.

Slim ventileren betekent precies genoeg ventileren van de woning, niet meer en niet minder. Een geautomatiseerd systeem met sensoren realiseert dat beter dan als de bewoner het zelf handmatig doet. Hoe beter de isolatie van de woning is, des te groter is het ventilatie aandeel van de warmtevraag. Voor woningen met goede isolatie (gebouwd na 2000) leidt het type C ventilatie systeem wel tot 50% van de warmtevraag van de woning.

Onderhoud en vervanging van het ventilatiesysteem
Zoals gezegd heeft een type C ventilatiesysteem weinig onderhoud nodig. Reinig jaarlijks de (losneembare) ventielen. Zorg dat elk ventiel weer op dezelfde instelling terug komt (bijvoorbeeld door een markering te gebuiken). De roosters boven de ramen reinig je met een stofzuiger en oude tandenborstel. Controleer dan gelijk of de spleten onder de binnendeuren nog groot en open genoeg zijn.

De ventilatiebox kun je openen (eerst de stekker eruit!). Met een doek en stofzuiger reinig je vervolgens de binnenkant. Ook het schoepenrad moet gereinigd. De afvoerkanalen moeten 1x per 3 jaar worden gereinigd. Bij voorkeur door een ventilatiebedrijf omdat zij hiervoor speciale apparatuur hebben die nodig is voor goede reiniging.

Een mechanische ventilatiebox heeft een levensduur van ongeveer 15 jaar dus er komt een moment dat deze moet worden vervangen. Versleten ventilatieboxen (electronica en rollagers) zorgen voor een verminderde afvoer van lucht en toename van geluid. Het eenvoudigst is het vervangen van alleen de electro-motor en schoepenrad , aangezien de box zelf eigenlijk niet slijt. Inmiddels worden er gelijkstroommotoren toegepast die circa 50% minder stroom gebruiken voor eenzelfde toerental. Veel vaker wordt een hele box vervangen met daarin de gelijkstroommotor, schoepenrad en een sensor voor vocht (en soms ook CO2). Alhoewel dit type ventilatoren bij de doe-het-zelf zaak te koop staan, wordt het vervangen van de ventilatiebox veelal uitgevoerd door een installateur. Uiteraard kan deze ook gelijk de kanalen reinigen en de ventielen vervangen en afstellen.

Vervangingsmotor voor een ventilatiebox.

Hoe verbeter je het ventilatiesysteem nog verder?
Het vervangen van de electromotor of hele box met vochtsensor is een enorme verbetering. Toch zijn er nog meer stappen mogelijk om de luchtkwaliteit te verbeteren en de warmtevraag van de woning te verlagen. Je kunt op een ventilatiebox meerdere afvoerkanalen aansluiten maar de box maakt geen onderscheid welk kanaal wordt geventileerd. En dat is jammer omdat nu het hele huis als 1 zone wordt geventileerd, terwijl het huis uit diverse zones bestaat (woonkamer, keuken, badkamer, slaapkamers). Als vanuit een verdieping of ruimte een apart afvoerkanaal naar de box loopt, is het mogelijk deze zone apart (gezoneerd) te ventileren.

Dit voorkomt dat het hele huis op de hoogste stand wordt geventileerd terwijl er maar in 1 of 2 zones behoefte is aan deze mate van ventilatie. Vaak staat de ventilatiebox op zolder en is er een ventiel direct op de box gemonteerd. Hier is de zolder dan een aparte zone, terwijl er vaak 1 of meerdere kanalen van lagere verdiepingen bij de box uitkomen (de overige zones). Het huis is dus vaak al wel gezoneerd, maar de box kan hier niet individueel op reageren.

Uiteraard zijn er ventilatieboxen op de markt die vraaggestuurd en gezoneerd ventileren mogelijk maken. Elk aanvoerkanaal wordt individueel gemonsterd met een sensor en de luchtstroom erin wordt geregeld met een automatisch werkende klep. Ook de motor reageert op de signalen van de sensoren en gaat harder draaien als de vraag toeneemt. Dergelijke ‘C+’ systemen kunnen vaak wel 7 tot 11 aparte kanalen bedienen. Idealiter is iedere ruimte een aparte zone (zeker de slaapkamers waar mensen langdurig verblijven).

Aangezien de box alleen lucht afzuigt, is dit nog steeds een type-C ventilatie, maar door de zonering en vraagsturing is de luchtkwaliteit in elke zone optimaal. Ook wordt minder warme lucht afgevoerd (in de winter) aangezien nu alleen de zones met ventilatievraag worden geventileerd en niet langer het hele huis. Als een zone afdoende is geventileerd, sluit de klep in het kanaal en neemt het luchtdebiet weer af. Dit levert een forse besparing op de verwarmingskosten op, zeker voor goed geïsoleerde woningen. Het blijft een eenvoudig ventilatiesysteem met een minimum aan onderhoud en laag elektrisch verbruik. Daar staat tegenover dat door de vele sensoren, kleppen en regeling de kosten van een C+ systeem aanzienlijk hoger zijn. Zeker als er ook extra kanalen in de woning zijn aangebracht.

Wat zeker ook helpt is het aanbrengen van een CO2 meter. Uiteindelijk drukt een CO2 meter in de woning uit hoeveel uitgeademde lucht er in de woning blijft hangen. Er zijn C+ systemen welke via een app op je telefoon de meetwaarden van de sensoren in de box weergeven, terwijl je daarmee ook in staat bent de ventilatie (per zone) bij te sturen als dat nodig zou zijn.

Voorbeeld van een ‘C+’ systeem met extra afvoerkanalen in slaapkamers en bijkeuken.

Decentrale ventilatie
Ook is het mogelijk om de centrale ventilatiebox niet te gebruiken maar in plaats daarvan een kleinere versie in een aparte kamer/zone. Bekende voorbeelden hiervan zijn de afzuigkap in de keuken of ventilator in de badkamer met een directe afvoer naar buiten. Maar er bestaan ook decentrale systemen die geschikt zijn voor het ventileren van grotere ruimten/zones. Deze zijn veelal ook in staat de warmte terug te winnen (WTW), aangezien zowel de afgevoerde binnenlucht als de aangevoerde buitenlucht door het systeem stromen. Grootste voordeel van decentrale ventilatie is dat er geen nieuwe kanalen in de woning hoeven te worden aangebracht. Wel moet een gat in de buitenmuur worden geboord voor plaatsing van de decentrale ventilatiebox.

 

Samenvatting
Ventileren van de woning is hard nodig om de luchtkwaliteit goed te houden. En dat gaat niet vanzelf.

Nederlandse woningen, vanaf de jaren tachtig, hebben vaak een mechanisch ventilatiesysteem dat de lucht uit de woning onttrekt (type C). De componenten, werking en invloed van de bewoners zijn beschreven inclusief de gewenste bediening door de gebruikers en het benodigde onderhoud. Aan het eind van de levensduur van de ventilatiebox moet deze worden vervangen. Dit is een geschikt moment om te inventariseren welke verbeteringen in de woning eenvoudig zijn te realiseren (vraag gestuurd, gezoneerd) om de luchtkwaliteit verder te verbeteren en de warmtevraag van de woning te reduceren. Vooral bij goed geïsoleerde woningen kan het ventilatiesysteem een groot aandeel hebben in de warmtevraag van de woning. De startkosten van slim ventileren zijn vaak hoger. Maar op lange termijn is sprake van een forse energie(kosten)besparing.

Kijk voor meer informatie: